
van Adegem en Sint-Laureins werden ter verpleging naar Brugge
overgebracht. Deze hachelijke toestand duurde meer dan drie eeuwen. Kanonik Joseph
Andries, destijds pastoor te Middelburg-in-Vlaanderen, deed onverpoosde opzoekingen
naar het voorrecht der zieken van het Ambacht van Maldegem te Brugge en eindigde
met de ontdekking te Doornik van het voornoemd testament. Een rechtsgeding, in
1857 begonnen, eindigde na zeven jaar. De burgerlijke godshuizen van Brugge verbonden
zich, aan de betrokken gemeenten een behoorlijke vergoeding te geven : aan
Maldegem 290.755 fr. ; aan Adegem 77.000 fr. en aan Sint Laureins 68.000
fr.
De vreugde door dien uitslag verwekt was algemeen ; den
19en Juli werd in de hoofdplaats van 't voormalig Ambacht feest gevierd,
waarop aan Kanonik Andries de rechtzinnige hulde der drie gemeenten werd gebracht
en hij zijn welverdiende belooning, de wederliefde van het volk, de eenige die
hij betrachtte, ruimschoots mocht smaken.
Thans prijkt nog in het salon van het hospice te Adegem, een
schoon geschilderd portret van Kanonik Andries dragende het opschrift : "Les
hospices civils d'Adeghem reconnaissants" !
|