| Stamlijst familie De Baets van Adegem van ± 1545 tot heden Laatst bijgewerkt op maandag 15 februari 2010
![]() Op dit werk is een Creative Commons licentie van toepassing. |
| Overzicht van de stamlijst | |
|---|---|
| Stamvader De Baets | ° Lovendegem (?) ±1545 |
| Peter I | ° Lovendegem ±1570 |
| Jan I | ° Lovendegem ±1597 |
| Jacob | ° Adegem 11.04.1643 |
| Jan II | ° Adegem 17.09.1665 |
| Peter II | ° Adegem 04.06.1702 |
| Pieter Jan | ° Adegem 09.03.1731 |
| Jan Francies | ° Eeklo 31.12.1771 |
| Jacobus Francies | ° Adegem 04.03.1800 |
| Charles Louis | ° Adegem 30.09.1842 |
| Edmond | ° Brugge 02.01.1881 |
| Karel ° Adegem 19.08.1909 Maria ° Adegem 18.08.1910 Amaat ° Adegem 25.10.1912 Jozef ° Adegem 25.11.1913 Margriet ° Adegem 22.11.1914 Albert ° Adegem 30.01.1916 Alfons ° Adegem 19.12.1917 Christine ° Adegem 15.04.1921 |
|
|
Voorwoord Einde 16de- begin 17de eeuw, tussen Waarschoot en Lovendegem...Bron: Geschiedenis van Waarschoot - Achiel De
Vos - blz. 453-460 Het zijn beroerde tijden: de Tachtigjarige Oorlog woedt in alle hevigheid, en het Meetjesland wordt allesbehalve gespaard... Vanaf 1580 breekt de zwaarste crisis aan voor de dorpen van het Noorden, vervat tussen de oprukkende Spaanse en Staatse legers, operatieterrein voor vrijbuiters, deserteurs en avonturiers allerhande. Te Waarschoot speelt zich een oorlogsdrama af: Staatse troepen, komende van Aardenburg, worden er op 20 november 1580 door de landslieden aangevallen die zich gedeeltelijk op het kerkhof verschanst hebben. Na een mislukte aanval vluchten de Waarschotenaars in de kerk waar zij -ten getale van 43- tot de laatste man worden uitgemoord. De afslachting duurt drie volle uren. Wanneer Gent in september 1584 opnieuw door de Spanjaarden (Farnese) veroverd wordt op de calvinisten, komen veel gevluchte inwoners van uit de stad naar hun erf te Waarschoot terug en vinden er slechts dood en vernieling. Op 11 december 1584 werden Waarschoot en omliggende dorpen reeds geteisterd door de vrijbuiters -veelal gedeserteerde soldaten- die er tevens op uit waren dorpsnotabelen te gijzelen om ze tegen hoge afkoopsommen uit te leveren. Elf dagen na deze eerste inval vragen Waarschoot en Lovendegem wachten te mogen plaatsen op de kerktoren en de toegang tot de bruggen te mogen versperren. Vanuit de kasselrij wordt nu een legertje van aanvankelijk 75 man, later verhoogd tot 407 man (in feite een versterkte politiemacht) ingezet om de parochies te beschermen, die op hun beurt nog voor eigen wachten dienen te zorgen. Het wordt opnieuw menens in de streek als de vrijbuiters op 5 juni 1586 het naburige Sleidinge binnenvallen, er alles roven en plunderden en pastoor Goethals als gijzelaar meenemen. Hierop worden, in april 1587, 10 soldaten van de kasselrij onder bevel van kapitein Riebeke te Daasdonk (grens met Waarschoot en Sleidinge en toegangsweg naar de schuiloorden van de vrijbuiters op de Lembeekse heide) geposteerd. Waarschoot had reeds in 1586 om die bijstand gevraagd. Op 4 februari 1587 worden de keurlingen, dat zijn de plaatselijke wachten, te Waarschoot voor het eerst gemonsterd. Vanaf 27 maart 1589 worden de nog aanwezige inwoners gesommeerd samen met de soldaten van de Oudburg, gelegerd in de kerk, in te staan voor de bescherming van het dorp. De plaatselijke overheid doet wat zij kan en stelt elke nacht 4 weerbare mannen ter beschikking. Om de veiligheid in Waarschoot te verhogen worden er ook zogenaamde forten opgericht om de bos- en heidegebieden langsheen Waarschoots noorder- en oostergrens af te sluiten. Die "forten" zijn niet meer dan een aarden omwalling met vlecht- en houtwerk versterkt en voorzien voor logement voor een twintigtal soldaten, soms ook voorzien van een "corps de garde". Voorwaar geen omstandigheid om vredig landbouw te bedrijven! Ook de voortdurend passerende geregelde troepen schrikken er niet voor terug om, in de huizen waar zij ingekwartierd worden, alles wat eet- en drinkbaar is onder dwang op te eisen. Die troepen komen uit verschillende landen: Duitse huurlingen, Ieren, Bourgondiërs,... Zo kwamen op de "dysendach voor alde helighen dach" 1596 plotseling duizend Spanjaarden, Duitsers en Walen toe die zich verspreidden tot in Sleidinge. Zij eisten 1.500 pond brood half tarwe, half rogge, 264 pond Hollandse kaas en 9 tonnen bier. Die bevoorrading diende vanuit Gent per schip over de Lieve aangebracht en vervolgens per wagen verder doorgevoerd te worden. Tevens werd Waarschoot in 1597 en 1598 gevorderd 14 zakken rogge te leveren aan het Spaanse leger. Italiaanse hulptroepen, die vanuit Gelderland komen, worden eveneens bevoorraad. Op 18, 19 en 20 juli 1598 hebben de inwoners van Waarschoot op 3 dagen tijd 9 tonnen bier, 700 pond brood en 250 pond kaas moeten leveren aan plots opduikende soldaten. Precies op Oudejaarsavond 1599 en op nieuwjaarsdag 1600, wordt Waarschoot andermaal geteisterd, ditmaal door muitende Duitse troepen. Hadden ze te veel gedronken om het nieuwe jaar en de eeuwwisseling te vieren zo ver van huis? Rond 1604 ligt Waarschoot er totaal verwoest en desolaat bij: de helft van de bevolking is verlopen en gevlucht, de kerk ligt reeds 25 jaar in puin en zal nog eens zoveel tijd behoeven om behoorlijk hersteld te zijn. Vele inwoners hebben de gemeente voorgoed verlaten. Zieltogend ligt het geslagen dorp op betere tijden te wachten. Wolven en vossen komen tot op de drempels van de nog bewoonde huizen... Het is in deze, door oorlog geteisterde omgeving, dat wij de eerste sporen van onze voorouders terugvinden : tussen 1550 (en wellicht reeds eerder) en 1650 baten een aantal naamdragers, waaronder Peter De Baets, onze oudst bekende voorvader, er een aantal landbouwbedrijven uit. |
|
I ± 1545 De stamvader van onze familie werd geboren omstreeks 1545. Wij kennen op dit moment noch zijn voornaam, noch de naam van zijn echtgenote... Wij vermoeden echter dat hij op het Eeksken in Lovendegem woonde -of dat hij er in ieder geval een landbouwbedrijf uitbaatte- en dat hij minstens twee zoons had: Christoffel en Peter. Wij kunnen niet met stellige zekerheid beweren dat er nog andere kinderen in dat gezin waren, maar wij hebben wel een aantal zeer duidelijke aanwijzingen : Vooreerst vinden wij in de Staat van Goed uit 1656 van Jan De Baets - een kleinzoon van onze stamvader - de volgende passages, die onder meer handelen over diverse percelen "patrimonium" in Waarschoot en op het Eeksken in Lovendegem. Het gaat hier dus wel degelijk om familiebezit dat Jan van zijn ouders geërfd heeft :
Gronden van erfven dese weesen ghesuccedeert byde doot
ende overlydene van
Jan De Baets / hemlieder vader Saligher memorie Eerst ende alvooren competeert dese weesen een partye lants groot dry ghemete en 90 roeden lants ghelegen up de prochie van Wasschoot daer men noempt den brock tusschen Jaecques martens aende suytsyde ende oostsyde west Joris Hebbericht noort dhoirs van Lieven Van Vooren ende is patermonie Item competeert hemlieder noch een ghemet 174 roeden lants gheleghen up de prochie van Lovendeghem ghenoempt dhofstede namelijck ten Hecke / oost Jooris Nuyt / suyt Jan martens west ende noort Christoffele de Baets ende is patermonie Item competeert dese weesen noch vyftich roeden lants ligghende up de prochie van Wasschoot daermen noempt de gaveren ligghende vanden oostcant inne ghenoempt et alf bundere de vidua ende kinderen van Sarel De Baets vuer ghemeens int selve styck aende westsyde dit van St-Elisabeth binnen Gent aende oostsyde ten suytsyde Pieter marck ende is patermonie Het perceel "d'Hofstede" in Lovendegem vinden wij echter reeds 80 jaar eerder als familiepatrimonium vermeld, en wel in een Staat van Goed uit 1576 van het Graafschap Evergem. (Zie hierover meer bij de volgende generatie). Ook hier vinden wij weer een aantal naamgenoten op 't Eeksken: Margriet, Joris, Zeger en Christoffel... Joris De Baets, die als voogd in deze staat vermeld wordt, is vermoedelijk een broer van Margriet. Graafschap Evergem
- RAG 224 - f° 58 vo - Staat van Goed d.d. 5 december 1576
:
"Dit naervolghende es de staet van goede toebehoorende Janneken Temmermans fa Jooris die hij hadde in huwelicke bij wijlen Margriete 'sbaets ter salegher memorie de welcke overbrijnghen, als wettelicke ghezworen voochden Jan Schautheet ende Jooris de baets. - matrimoniale goederen in Evergem up de wijck Meerbeke (een behuisde hofstede) - een stick lants "de hofstede" binnen Lovendeghem - item noch d'een derde van eender hofstede daerup dat woont Pauwels Van Vooren in huwelick hebbende de weeze van Christoffel de baets - oost de selve hofstede - suyt Segher de baets Zie ook het XXste Penningkohier van Lovendegem (1572), wijck den brouck (1) : "Cristoffels de Baets haut in pachte van Joorys Temmerman 7 ghemeten lants voor 4£ gr. sjaers". Christoffel was toen dus blijkbaar nog in leven... Bijzonder merkwaardig is in dit verband natuurlijk ook het toponiem "De Baetsdreef", een landweg die vlakbij de spoorlijn op 't Eeksken ligt, uitgerekend op dezelfde plaats waar die diverse stukken "patermonie" gesitueerd zijn... Dit wijst er zonder enige twijfel op dat onze familie zeer goed bekend was op 't Eeksken... en terecht ! In het "Boek der Prochie van Lovendeghem van den lande" uit 1603 (2) - de kinderen van onze stamvader zijn dan ongeveer 35 jaar oud - vinden we maar liefst acht naamgenoten die land pachten of in eigendom hebben in het 9° Beghin "begripende de landen gheleghen over de Lieve": Lieven, Jooris, Adriaen, Pieter, Sacharias, Christoffel, Jan en Arendt. Samen zijn ze goed voor maar liefst 15327,50 roeden, met andere woorden: bijna 23 hectare, enkel en alleen al op het Eeksken! (Bron: opzoekingen van August De Baets.) De eerstgenoemde, Lieven De Baets, pacht er
in 1603 onder meer een stuk land van 489 roeden van "de weesen Jooris Van
de Velde"... En een van die "weesen" is niemand minder dan Frans
Van de Velde, die we later dan weer in Adegem terug zullen vinden als
pachter op het Goed ter Heiden,
en als schoonvader van III - Jan De Baets
!
Die landweg draagt tot op heden nog steeds onze naam (3), al woont onze familie al eeuwenlang niet meer op het Eeksken: reeds in de Franse telling van het jaar IV (1796/1808) komt er geen enkele De Baets meer op de "Baetsdreve" voor... Vandaag de dag boert Jan Buysse op 'ons' Peerstick in de De Baetsdreef, en staat de school van 't Eeksken pal naast 'onze' Hofstede. Bekijk hier een kaart van het Eeksken, met aanduiding van de percelen die in de Staat van Goed van Jan De Baets vermeld worden en een aktuele foto van de dreef met de beide naambordjes: op het grondgebied van Lovendegem heet de dreef namelijk "De Baetsdreef", op Waarschoot "Baetsdreef". De families Nuyt en Lippens, die vier eeuwen geleden onze buren waren, bezitten er wél nog steeds grond, en woonden er trouwens ook nog in het jaar IV... (1) Messager des Sciences Historiques et Archives des
Arts de Belgique - Gent, 1847 - Pagina 169 e.v.
Notice historique sur la commune de Lovendeghem par Gyselynck, à Lovendeghem La 5e section, nommée Meyenbroeck, n'est connue dans les terriers qu'à partir du XVIII° siècle : avant 1692, elle est constamment désignée, dans les documents administratifs, sous le nom de Brouck; après cette année elle prend celui de Brouck-t'Eeckxken; un livre d'expertise des biens-fonds pour l'assiette des impositions communales, arrêté par les magistrats, notables et grands propriétaires fonciers, le 6 octobre 1603 dit tout bonnement Brouck, ce qui signifie marais, prairies marécageuses; effectivement, le sol de cette section nous démontre son état primitif; mais je n'ai pu découvrir d'où lui est venu la dénomination de Meyen : est-ce peut-être de ce que les magistrats de la seigneurie de Ten Broucke avaient coutume d'y tenir séance au mois de mai, ou de ce qu'une parcelle de terre y fourmille d'une herbe que le vulgaire nomme Meyboom? Il est possible aussi que Meyenbroeck signifie tout simplement prairie basse à faucher (mayen). De cette section fait partie un endroit généralement connu sous la dénomination de Diefhoek : son nom véritable est Drieschhoek; driesch signifie terre en friche, dans la langue romane Trieu, pâturage commun. Mais par la suite, ayant été convertie en terre arable, cette section aura continué de porter son nom primitif, le nom de Drieschhoek, changé par corruption en Diefhoek. Avant la suppression du régime féodal, on remarquait dans cette section, une grande propriété, composée de trois fermes importantes, connue sous le nom de Seigneurie de Nieuwenhove; elle possédait une cour de basse justice, mais le creusement de la Lieve, en 1539, sépara cette propriété de telle façon, que deux de ces fermes se trouvèrent en-deça de la Lieve, tandis que la troisième était située au-delà de celle rivière. La 6e section, Eekxken. De tout temps cette section a été confondue dans la précédente, sous la dénomination de Brouck - 't Eekxken; mais aujourd'hui elles forment deux sections séparées; il est bon d'observer qu'une partie de la section de Brouck-'t Eekxken, et notamment celle qui fit partie de la seigneurie de Ten Broucke, dépendait au moyen-âge judiciairement des magistrats de la seigneurie de Lovendeghem, qui y était bornée par un large fossé nommé den Watergang, traversant la commune du sud-ouest au nord-est, en prenant sa source dans le canal de Bruges à l'endroit den Craeyenbosch, pour se jeter dans la nouvelle Lieve; tandis que l'autre partie et toute la sixième section, à commencer audit fossé et jusqu'au Schoordam, maintenant la chaussée de Gand à Bruges, était incorporée dans la jurisdiction de la keure de Lovendeghem, Waerschoot et Sleydinge, accordée en septembre 1268, par la comtesse Marguerite, à la seigneurie de St-Bavon. Eeke, vieux mot flamand, signifie angle, limite; aussi cette sixième section forme-t-elle un angle, et la limite de la commune et de celles de Waerschoot , Sleydinge et Everghem. La 7e section, Loo. Il résulte de tous les documents que nous avons consultés, que cette section n'a point changé de nom; elle est exclusivement désignée sous celui de Loo qui signifie bois, d'où elle doit avoir tiré l'origine de son nom.
(2) Boek der Prochie van Lovendeghem van den lande - RAG - Lovendegem
- n°6
"Dat es den bouck gemaeckt up de deught van de landen der prochie van Lovendeghem, by baill., schepenen en pointers en zetters, mitsg. de naervolghende ghedenommeerde persoonen, daer toe van schepenen by advise van pointers ende zetters voornoemt gheauthoriseert, te wetene : Marten Slock, over den wyck van Loo; Henderick de Cupere, over den wyck der Kercke ende Laerestraete; Arent Kerckaert, over den wyck van Appensvoorde; Gheerolf Claeys Martens, over den wyck van Breedestraete; Jan Teirlinck, over den wyck van den Brouck, mitsgrs Abraham Van den Kerchove, over den wyck van Oostveld, den 6 octob. 1603."
(3) Wij zoeken op dit moment zeer actief naar alle sporen in en om die dreef:
de naam komt voor 't eerst voor in een document uit 1685 (RAG LOV 243 IX, 136),
waar de Baets dreef als toegangsdreef tot het hof ter
Bijle vermeld wordt (dat hof wordt nu door de omwonenden "de
Mote" genoemd). Er is in hetzelfde jaar ook nog sprake van de Baets'bilken
(RAG LO 243-VI, 80). Bron: Meetjeslandse toponiemen tot 1600 - Een uitgave van
de Stichting Achiel De Vos.
Ons vermoeden is dat tenminste een aantal van de zes naamgenoten die in 1603 op het Eeksken landbouwbedrijven uitbaatten afstamden van dezelfde stamvader :
|
|
II ± 1570 Peter De Baets - onze tot nu toe oudst bekende stamvader - werd geboren omstreeks 1570. Peter De Baets zelf was omstreeks 1595 gehuwd met een zekere Joanna, die eveneens De Baets wordt genoemd in haar overlijdensakte van 6 april 1638 ("vidua Petris De Baets"), maar die naar wij vermoeden in werkelijkheid Temmermans heette: zie hieromtrent bij de vorige generatie de Staat van Goed van het Graafschap Evergem uit 1576, waarin sprake is van het perceel d'hofstede in Lovendegem. Wij lezen in die staat dat een zekere Janneke Temmermans,
dochter van Joris Temmermans en Margriet De Baets,
in 1576 minderjarig is en dat zij onder meer het perceel d'hofstede
erft - hetzelfde stuk land dat we in 80 jaar later als "patermonie"
terugvinden in de staat van goed van Jan De Baets (Generatie
III). Het ziet er dus naar uit dat Peter met zijn nicht getrouwd was, en dat "d'hofstede"
op die manier (opnieuw?) in het bezit van onze familie kwam.
Wij weten dat Peter en Joanna meerdere kinderen hadden (Peter, Maria, Christoffel, Joris, Jan, Karel, Lieven en Anna -en misschien ook nog een Jacob en een Frans !) en dat zij grond bezaten op de grens tussen Waarschoot en Lovendegem, halfweg tussen de wijk Hooiwege in Sleidinge (waar de stam van August en Mark De Baets en die van Robert De Baets hun oorsprong vinden) en de wijk Arisdonk / Oostmoer in Waarschoot (waar de stam van Yves De Baets in diezelfde periode gevestigd was). Zoals wij reeds eerder lazen, worden een drietal percelen "patermonie" bij naam genoemd in de Staat van Goed, opgesteld in 1656 bij het overlijden van hun zoon Jan (zie volgende generatie). Sinds kort hebben wij ontdekt dat die percelen heden ten dage nog steeds bestaan: d'Hofstede, het Peerstick, den Brock, de Gavers en "ten Hecke" liggen nog altijd precies waar ze in 1600 lagen: Ten Hecke is namelijk niets anders dan 't Eeksken, een wijk op de grens tussen Waarschoot en Lovendegem, waar onze familie blijkbaar zo talrijk was -of zoveel land bezat- dat er een landweg naar ons genoemd is. Jan blijkt in 1656 een van die stukken patermonie "vuer ghemeens" te hebben met de erfgenamen van Sarel De Baets, op de Gavers in Waarschoot, een akker tussen de Baetsdreef en het Eeksken. (Bron: Stadsarchief Gent / fonds Groot Begijnhof nr 216, met dank aan Luc Neyt voor de tip!). De term veurgemeens heeft betrekking op een aantal kavels die in één en hetzelfde perceel liggen, en die onderling enkel begrensd zijn door een gemeenschappelijke ploegvoor en niet door een gracht of andere afbakening. In ons geval vormden die beide kavels oorspronkelijk slechts één enkel perceel "patermonie", wat bevestigd wordt door de beschrijving van hetzelfde stuk land in het Landboek van Waarschoot uit 1639 (RAG n°398) : XI° Beloop - fo. 242vo : Jan ende
Chaerles De Baets hebben west daeran een stick lands ghenaempt den
langhen brouck, suudt Jacques Martens, noordt Marten Andries, west de naervolghende
partijen, groot 3gh 10r /Gebr: Chaerles De Baets
Het bovenstaande wijst er op dat Sarel en Jan wellicht broers zijn. Nu is de voornaam Sarel (Charles of Carolus) eerder zeldzaam bij de familie De Baets: in "De afstammelingen van Zeger en Diederik De Baets" -het indrukwekkende familieboek van August De Baets uit Melle- komt deze voornaam slechts vijf keer voor. In drie van de vijf gevallen gaat het bovendien om kinderen die niet eens de leeftijd van één jaar haalden (Ursel/Bellem). Wij vonden in de parochieregisters van Lovendegem slechts één enkele Sarel De Baets die in aanmerking kan komen als generatiegenoot van Jan, en dat is Carolus, zoon van Peter De Baets en Joanna, geboren op 9 maart 1611 in Lovendegem. Deze Carolus had een tweelingbroer Lieven. De doopmeter van Carolus was Maria Martens, fa. Lieven; de dooppeter van Lieven De Baets was Lieven Martens zelf... We zullen verder zien dat er nog meer duidelijk aanwijsbare banden zijn tussen onze familie en de Waarschootse/Lovendegemse familie Martens. In de ondertrouwakte van Jan lezen wij duidelijk dat hij een zoon is van Peter, maar de parochieregisters van Lovendegem beginnen pas in 1609, en het is ons dus onmogelijk om met zekerheid te stellen dat "onze" Jan -geboren omstreeks 1597- wel degelijk een broer is van Karel en dus een zoon van het echtpaar Peter en Joanna. Maar toch: bij het huwelijk in 1631 van Joris De Baets -de broer van Jan- met Baldewina Van de Velde -de schoonzus van Jan, en net als Mayken een dochter van Frans van de Velde en Janneke Martens- is een Peter De Baets getuige... En bij de geboorte in 1635 van Peter De Baets -de oudste zoon van Jan- is dan weer Anna van de Velde doopmeter "in plaats van Joanna, uxor Peter De Baets" ! Het is overduidelijk dat het hier om dezelfde mensen gaat, en dat de families Martens, Van de Velde en De Baets zeer nauw met mekaar bekend en/of verwant waren... Bij het overlijden van Jan wordt trouwens weer een Peter De Baets voogd paterneel over de minderjarige kinderen, een eer die meestal te beurt valt aan nauwe verwanten van de overledene. Sterker nog: die Peter heeft Jan, kort voor zijn dood, nog 34 ponden geleend, en heeft "de tafelcosten ende schoelt ghelt van Frans ende Jaecques, de twee weesen, van hemlieder onderhout sedert et overlydene van hemlieder vader" voorgeschoten! Het staat echter vast dat het hier niet om de vader van Jan gaat (die is immers reeds in 1633 overleden), maar eerder over een broer of een neef. Christoffel De Baets, die in 1656 ten westen en ten noorden van "d'Hofstede" boert (op het "Beeksken", dus) is misschien een andere broer van Jan (wat wijj betwijfelen, want Christophorus, "juvenis fs. Petris" is reeds op 10 januari 1630 overleden); er kan dus ook hier weer sprake zijn van een neef - buurman! Een Jacob De Baets vinden we terug als dooppeter van één van de kinderen van Joos De Meyere en Monica Van de Velde, eveneens een schoonzus van Jan. En een Frans De Baets is dan weer gehuwd met Anna Van de Velde, waarschijnlijk nog een andere zus van Mayken! (Frans en Anna, "ex Adeghem" hadden op 15-8-1637 in Bellem een dochter Janneken; Peter was Joris Martens en meter Tanneken Van De Velde... er waren dus duidelijk meerdere Anna Van De Veldes!) Aanwijzingen genoeg dus om te veronderstellen dat Peter Jr., Joris, Sarel en Jan wel degelijk broers waren en duidelijke vermoedens dat Christoffel jr., Jacob en Frans ook tot de naaste familie behoorden! Maar er is meer: wij lezen in de Staat van goed van Frans van de Velde en Janneke Martens d.d.10 december 1633 (RAG - Ambacht Maldegem - Bundel 3/15 - 1633) dat niet alleen onze familie, maar ook die van Frans Van de Velde -de vader van Monica, Baldewina, Mayken, Jacobus en Anna- in oorsprong ook uit Waarschoot en uit het Eeksken kwam, waar ze goed bekend was met de familie De Baets en waar ze diverse percelen land bezat die vlakbij de onze gelegen waren! Er is in die staat onder meer sprake van een behuisde hofstede "ghestaen ende gheleghen binnen de prochie van Waerschoot in den wyck ghenaempt de Hooghe Voorde, daer Joorys Martyns nu teghenwoordigh up woont" en van nog een andere hofstede "also die gestaen ende gheleghen es binnen de prochie van Lovendeghem in den wyck ghenaempt het heecscen..." Wij vermeldden hierboven ook reeds dat Lieven De Baets in 1603 een stuk land van 489 roeden in pacht heeft van "de weesen Jooris Van de Velde" - en Frans is een van die "weesen". Zeker is dat Janneke Martens, de moeder van het gezin Van de Velde, een Waarschootse was: ze had er minstens twee broers, Joris en Peter, van wiens kinderen Frans en Baldewina Van de Velde dooppeter en -meter waren. Omgekeerd (zie hierboven) waren meerdere leden van de familie Martens dooppeter of -meter van de Lovendegems / Waarschootse tak van onze eigen familie... Eveneens zeker is dat de oudste kinderen Van de Velde niet in Adegem geboren zijn: de familie van Frans Van de Velde -fs. Joris- kwam zich namelijk pas op Kerstdag 1615 in Adegem vestigen, als pachters van het Goed Ter Heiden (Bron: H. Notteboom - "Adegemse Hoeven", 1981). Daarom wordt Mayken, geboren in 1610, dan ook terecht "vrinde desen Ambachte ende Baronnie van Maldeghem" genoemd in de Staat van Goed uit 1656... De jongere kinderen van Frans en Janneken (te beginnen met Jan, geboren in 1619) vinden we wél in de parochieregisters van Adegem terug. Ter verduidelijking van wat vooraf gaat hebben wij gepoogd de wel erg ingewikkelde familierelaties in het begin van de 17°eeuw tussen de families De Baets, Martens, Van de Velde en De Meyere uit respectievelijk Lovendegem, Waarschoot en Adegem in kaart te brengen. Het resultaat kunt u bekijken op dit PDF-bestand van 27 Kb:
Uit het huwelijk van Peter De Baets en Joanna Temmermans zijn geboren:
|
|
III e ± 1597 ![]() " tmerc van Jan de Bats ", op 10 december 1633 (uit de Staat van Goed van zijn schoonouders Frans van de Velde en Janneke Martens) Jan De Baets werd geboren
omstreeks 1597 - vermoedelijk in Lovendegem, Waarschoot... of op de grens tussen
deze beide gemeenten in ! (zie inleiding) - en is
overleden te Adegem op 9 november 1655. Hij trouwde op donderdag 17 november 1633 te Adegem met de 23-jarige Mayken Vande Velde, fa. Frans en Janneken Martens, geboren te Lovendegem op 14 december 1610, en dus evenals haar echtgenoot afkomstig van "buiten het Ambacht Maldegem". Bij haar doopsel waren Jan Van Speybrouck en Maryken Van Keerckhove peter en meter. Getuigen bij het huwelijk van Jan en Maeyken waren Georgius (=Joris) De Baets en Peter van Loo. De ondertrouw had -volgens de transcriptie in de parochieregisters van Lovendegem- plaatsgevonden te Gent op 26 october 1633... Wij hebben de originele akte echter in geen enkele Gentse parochie kunnen terugvinden, wat betekent dat de ondertrouw er niet genoteerd werd, of dat deze plaats vond in de Sint Niklaaskerk, waar de gegevens voor de periode van juli 1623 tot juli 1635 ontbreken... ![]() Ondertrouwakte van Jan De Baets en Maria Van de Velde, 26 oktober 1633 (Transcriptie in de parochieregisters van Lovendegem) 26 Octob. Affidati sunt Gandavi Joannes de Baets fs. Petri & Maria van Velde ![]() Huwelijksakte van Jan De Baets en Maria van de Velde, 17 november 1633: November 17. Coniunxi Matrim. premissis tribus denuntiatio- nibus Joannis De Bats et Mariam Vande Velde praesentibus testibus Georgius de Bats et Petrus Van Loo Js. De Bats Ma. Van de Velde De geschiedenis van deze generatie begint jammer genoeg in wel bijzonder dramatische omstandigheden voor de toenmalige pachters van het Goed Ter Heiden en voor de Lovendegemse familie De Baets: in de zomer van 1633 -een paar maanden voor het huwelijk van Jan en Mayken- komen in de beide families een abnormaal hoog aantal sterfgevallen voor :
Een pestepidemie? Oorlogsgeweld? Wie zal het zeggen... Was dat de reden waarom "onze" Jan -36 jaar oud, zonder twijfel een oude bekende van de familie en vermoedelijk zelfs verwant met de Van de Veldes en/of de Martens- in 1633 van 't Eeksken naar Adegem kwam om de 23 jarige Mayken onder zijn hoede te nemen? We kunnen er slechts naar gissen... maar erg vrolijk was de huwelijksplechtigheid naar alle waarschijnlijkheid niet ! Joris De Baets - broer van Jan en getuige bij diens huwelijk - was twee jaar eerder, op 14 augustus 1631, te Adegem getrouwd (en er volgens de parochieregisters van Lovendegem op 25 mei van datzelfde jaar ondergetrouwd) met Baldwina van de Velde, de zus van Mayken. Getuigen bij dit huwelijk waren Peter De Baets en Frans van de Velde, die toen allebei nog in leven waren: ![]() 25 Maii Affidati sunt in Adeghem Ge- orgius de baets & Balduina van Velde ![]() 14. Coniunxi Matrimonio premissis tribus denuntiationibus Georgius de Bats et Balduinam Vande Velde praesentibus testibus Fransiscus Vande Velde et Petrus De Bats --------- Georg. De Bats Bald. Van de Velde Jan en Mayken werden op korte tijd welstellende boeren op de Murkel in Adegem. De hofstede waar zij woonden bestaat nog steeds, en is onlangs grondig gerestaureerd door de huidige bewoners, Guy Vogelaere en Sofie De Vreese. In de Staat van Goed, opgemaakt na hun overlijden, lezen wij -dank zij Marc Ballegeer, die voor de transcriptie zorgde- dat Jan en Mayken beide "vrinde desen Ambachte ende Baronnie van Maldeghem" waren. Bij verdere lezing valt op dat Mayken niet bepaald met lege handen naar het huwelijk kwam: samen met haar zus Monica had zij van haar ouders flink wat land in Adegem geërfd. Maar ook Jan bezat reeds van vaderszijde ("patermonie") een paar gemeten grond in Waarschoot en Lovendegem. Tijdens hun huwelijk kochten zij nog grond bij in Adegem en Waarschoot, en zelfs na het overlijden van Mayken kocht Jan nog percelen in en om de Murkel en op de Kerselare. Daarnaast pachtten zij nog flink wat grond: de erfgenamen waren in 1656 het indrukwekkende bedrag van 212 ponden schuldig "aende meersters vant pachtgoet, daer den overledene ut verstarf, van pachte verschenen et leste jaer kersmesse 1655". Zij hadden echter zelf ook pachters: onder andere schoonbroer Joos De Meyere (11 pond Gr.) en Frans Nuyt, een buurman op 't Eeksken (11 pond en 10 schellingen). Misschien was die Frans Nuyt ook een schoonbroer: Jacoba Van Vooren -de weduwe van Karel De Baets- was immers op 22 october 1651 te Lovendegem hertrouwd met een Fransiscus Nuyt... Een zekere Joris De Baets (misschien een neef - in ieder geval niet de broer van Jan, want die is reeds in november 1637 overleden), was ook nog 4 ponden pacht schuldig... De beide echtgenoten overleden te Adegem, en werden er met een "hoogste dienst" begraven: Maria op 19 februari 1653 -42 jaar oud- en Jan tweeënhalf jaar later, op 9 november 1655. Hij werd 58 jaar. Bij het lezen van de overlijdensakte van Jan, valt op dat de pastoor een paar vergissingen maakt:
Leken de beide zussen Van de Velde zo goed op mekaar, of had de pastoor die dag iets te diep in het glas gekeken? Hoe dan ook, wij weten met stellige zekerheid dat Jan niet de weduwnaar was van Baldewina maar van Mayken, die overigens geen 40 maar 42 jaar oud werd... Haar zus Baldewina vinden wij nog tot in 1651 terug, en wel in de parochieregisters van Lovendegem... Joris De Baets en Baldewina Van de Velde
hadden immers twee zoons, allebei geboren in Lovendegem: Baldewina hertrouwde op 20 april 1638 te Lovendegem met Andreas
De Ruyter -ook soms vermeld als De Reyter- die op 29
october 1638 peter was bij de doop van Andreas De Baets, zoon
van Karel De Baets (de broer van Jan) en Jacoba Van Vooren
(die in de doopakte verkeerdelijk als "Martina" vermeld wordt).
Het echtpaar Andreas De Ruyter en Baldewina Van de Velde had vier kinderen: Fransisca (° 14 juli 1642 - Peter: Petrus Martens, Meter: Joanna Van de Velde) Judocus (°11 juni 1645 - Peter: Judocus De Ruyter, Meter: Margareta Paus) Judoca (°11 september 1648 - Peter: Georgius Martens, Meter: Judoca De Ruyter) Andreas (°3 maart 1651 - Peter: Martin Slock, Meter: Anna De Baets) Van Baldewina hebben wij nergers een overlijdensakte teruggevonden, maar zij is blijkbaar overleden tussen 3 maart 1651 en 8 october 1659; op die datum hertrouwt Andreas De Ruyter immers te Lovendegem met Livina De Remmerie (ook vermeld als "Rimarie" en "Remarie"). Andreas zelf overlijd in Lovendegem op 24 augustus 1678... Uit het huwelijk van Jan De Baets en Mayken Vande Velde zijn geboren:
|
|
IV d - 1643 Jacob De Baets, geboren op 11 april 1643
en overleden op 10 mei 1701 te Adegem. Hij trouwde op 18 oktober 1664 te Adegem met Cornelia De Vulder, fa. Gillis (en zuster van Joanna, de echtgenote van Frans, broer van Jacob), geboren in 1638 en begraven op 20 juni 1678 te Adegem. Getuigen waren Nicolaas Bauts en Livina de Vuldere. Uit dit eerste huwelijk met Cornelia De Vulder zijn geboren:
SvG Ambacht Maldegem 31-10-1685. Cornelie de Vulder fa Gillis + vrouw van Jaecquis
de Bats + 25.6.1678 M prochie Adegem x Jaecquis de Badts wed. wv.
4 K.: Jan 12 j, Gillis 5 j, Petronelle 2 j.en Marie 8 j.
V.P. Frans de Baedts. V.M. Jan Valcke.
Jacob is, na het overlijden van Cornelia, op 15 augustus 1680 te Adegem hertrouwd
met Anna (Joanna) CIaijs, geboren op 27 maart 1642 te Maldegem.
Getuigen hierbij waren Jan de Vulder en Magdalena Magerman.
Anna is dan, na het overlijden van Jacob, op haar beurt (en op 61-jarige leeftijd !) nog hertrouwd met Peter de Vos, op 5 mei 1703 te Adegem. Zij overleed op 1 november 1718...
Staat van Goed d.d. 6 februari 1719 van Tanneken Claeys fa. Jaecques, overleden in Maldegem Ambacht op 2 november 1718.
RAG - Staten van Goed Ambacht Maldegem - Bundel 136 / 12 Weduwnaar en houder van de staat was Pieter de Vos fs. Jan. Deze staet overghevende aan Jacobus De Baets, jonkman, voorts aan Jan Lambrecht x Magdaleene de Baets, Elias de Rijcke x Cornelia de Baets en Livinus de Muynck x Joanna de Baets, alle vier kinderen van de overledene gewonnen in haar eerste huwelijk met Jacques de Baets "en alzo vier staken ten dezen sterfhuize"... |
|
V a - 1665 Jan De Baets, geboren op 17 september 1665 en overleden op 18 december 1724 te Adegem Hij trouwde op zaterdag 28 april 1691 met Joanna De Smet.
Staat van goed d.d. 13.05.1726 (Ambacht Maldegem) van
Jan De Baets fs. Jaecques.
RAG - Staten van Goed Ambacht Maldegem - Bundel 160 / 2 Volgens de parochieregisters van Adegem overleed hij op 18.12.1724, volgens de staat van goed de 20ste. Janneken (Joanna) De Smet was een dochter van Pieter De Smet. Vier kinderen vermeld: Jan 32 jaar, Lieven 30 jaar, Jacobus 27 jaar en Peter 24 jaar. Volgens deze akte was Jan 57 jaar toen hij stierf. Joanna overleed twee jaar later, op 2 januari 1728. Uit dit huwelijk zijn geboren:
|
|
VI d - 1702 Peter De Baets, geboren
op 4 juni 1702 te Adegem en overleden op 15 september 1756 Hij trouwde omstreeks 1732(?) in Eeklo(?) met Maria Magdalena Van Hecke, dochter van Peter en van Petronella Longherspeij, geboren (en gedoopt) op 5 maart 1707 te Maldegem. Dooppeter was Noë Lambrecht en doopmeter Catherina De Blieck. Staat van goed d.d. 12 mei 1757 van Peter De Baets
RAG - Staten van Goed Ambacht Maldegem - Bundel 255 / 9. Overleden "op de jurisdictie der stede van Eecloo op den wijck van de Broecken, kerckelickheyt van Adegem". In de staat van goed vermeldt men 15 november 1756 als overlijdensdatum maar de parochieregisters van Adegem spreken van 15 september. Weduwe en houdster van de staat was Magdeleene Van Hecke fa. Pieter. Voogd paterneel was Lieven De Baets, broer van de overledene. Voogd materneel was Pieter, de oudste zoon, "sijn selfs bij competente oude van jaeren". Acht kinderen nog in leven: Pieter, Jacobus, Bernaert, Jan, Vincent, Catherine, Lievijne en Joanne Therese. Uit dit huwelijk zijn geboren:
De Broecken op de Kabinetskaart
der Oostenrijkse Nederlanden, (Koninklijke Bibliotheek van België, detail).
|
|
VII a - 1731
Pieter Jan De Baets, geboren te Adegem op 9 maart 1731 en overleden te Eeklo op 8 mei 1782 Staten van goed Eeklo - Akte van 5 juli 1769, 1034 / 279: staat van goed
van Anne De Smet, fa. Jacques en Joanne Geirnaert. Zij overleed te Eeklo "in
den broecken" op 25 maart 1769. Kinderen: Mar.. 10 jaar, Pieter Jacobus 5
jaar en Joanne 1 jaar. Voogd paterneel was Joannes De Smet en voogd materneel
Jacobus De Baets.
Staten van goed Eeklo (in de leeszaal van de bibliotheek te Maldegem) Akte
nr. 1038 fo. 78 v , dd. 01 mei 1783:
staat van goed van Pieter De Baets fs. Pieter en Magdalena Van Hecke. Hij overleed te Eeklo "in den wijck genaamd de broecken" op 8 mei 1782. Weduwe was Marie De Baets fa. Jooris en Jacquemijntje Verheecke. Kinderen: Martinus 23 jaar, Pieter 18 jaar en Joanne 14 jaar uit zijn eerste huwelijk met Anna De Smet. Jan Frans 11 jaar en Anna Catherina, twee kinderen uit zijn huwelijk met Marie De Baets. Voogd paterneel was Jacobus De Baets en voogd materneel was Jooris De Baets. Uit zijn eerste huwelijk (op 2 mei 1758 te Adegem) met Anna Maria De Smet, zijn geboren:
Pieter Jan is na het overlijden van Anna, op 15 juli 1769 te Adegem hertrouwd met Marie-Magdalena De Baets, geboren te Sleidinge in 1736 en overleden te Adegem op 7 april 1786. Zij was een dochter van Jooris (Georg) De Baets ( ° 1692 + 1747) en Jacquemijntje Verheecke (+1751). Deze aangetrouwde familie De Baets was afkomstig uit Sleidinge, maar woonde op Raverschoot. Er was daar nog een dochter, Jeanne (spinster, overleden te Adegem op 23 december 1804, getrouwd met Jan De Keuning uit het "Nullestraatje") een zoon Joris, overleden in Adegem op 14 juli 1802, en een ongehuwde zoon Ferdinand, geb. omstr. 1741 en overleden op 26 juli 1763. Nog een derde dochter, Petronelle, was getrouwd met Pieter Van Vooren, fs Jacques en Barbara Servijt, die te Adegem overleed in januari 1768 (SvG Eeklo akte nr. 1034 fo. 256 v, dd. 9/2/1769) Uit dit tweede huwelijk zijn geboren:
|
|
VIII e - 1771
Jan Francies De Baets, geboren te Eeklo op 31 december 1771 en overleden te Adegem op 3 april 1839.
Hij trouwde op 20 september 1794 te Eeklo met Anna Quataert, dochter van Jan Francies en van Anna Catharina Boes (of Boeyssens), geboren te Maldegem op 4 februari 1771 en overleden op 24 december 1846 te Adegem. Getuigen bij het huwelijk waren Petrus De Baets en Anna Catharina De Baets. Bij de Franse telling van het jaar IV (1795-1796) woont het jonge gezin
nog in Eeklo:
Jan (Francies) DE BAETS 28 jaar arbeider Broecken 1 kind jonger dan 12 jaar. Anna QUATAERT 25 jaar zijn echtgenote woont in Eeklo sinds 1791. Anna Catharina DE BAETS 22 jaar dienstmaerte. (waarschijnlijk de zus van Jan, die kort daarna trouwde). Bij de telling van het jaar 1830 vinden wij het gezin van 'Johan' De Baets (m.u.v. de kinderen Jan Francies jr. en Anne Marie) echter terug op nummer 7 van de 'Callestraet' in Adegem. De kleine Rosalia is bij deze telling 11 dagen oud, wat betekent dat deze telling in de Kallestraat plaatsvond op 13 december 1829... Uit dit huwelijk zijn 8 kinderen geboren, alle te Adegem:
|
|
IX c - 1800
Jacobus Francies De Baets, geboren te Adegem op 4 maart 1800.
Op 30 januari 1833 trouwt hij in Adegem met BARBARA ANDRIES, eveneens te Adegem geboren op 12 december 1803. Jacobus overlijdt te Maldegem op 4 april 1883. Zijn echtgenote is reeds op 50-jarige leeftijd in het Sint Jans hospitaal te Brugge overleden, op 19 maart 1853. Zij hadden 7 kinderen, alle geboren te Adegem:
|
|
X e - 1842 ![]()
Charles Louis De Baets, geboren te Adegem op 30 september 1842 en er overleden op 19 juli 1900.
Charles Louis is op een tot nu toe onbekende datum met zijn zuster Caroline naar Brugge vertrokken om er als hovenier te werken in het Engels Klooster. Hij maakt er kennis met Rosalia Joanna Lava uit Bredene en op 12 november 1879 treden zij in het huwelijk. Getuigen hierbij waren Carolus Boedt, meesterbakker, Franciskus Rooms, meestersmid, Ferdinand Lesy (of Levy), kleermaker en Eduardus Rotsaert, mulder.
Op 2 januari 1881 wordt EDMOND, hun enige zoon, in hun huisje (Snagaartstraat 100) geboren. Getuigen bij de aangifte op het stadhuis waren broer Jacobus Francies De Baets en Bernard Vermeulen. Charles-Louis wordt omstreeks 1898 zeer ernstig ziek, en keert met Rosalia terug naar Adegem, in de woning op het Dorp nummer 42, tegenover het Schoolstraatje ("klein Hulleken"), waar Caroline inmiddels een snoepwinkeltje begonnen is. Hij overlijdt er twee jaar later, 58 jaar oud. Rosalia overlijdt op 13 maart 1907, in haar 70e levensjaar.
|
||||
|
XI a - 1881 ![]()
Edmond De Baets, geboren te Brugge op 2 januari 1881 en overleden te Adegem op 1 augustus 1959.
Hij trouwde op 21 oktober 1908 te Adegem met Alina De Muer, dochter van Augustus en van Sidonie Goethals, geboren te Ursel op 8 juli 1881 en overleden te Adegem op 17 februari 1958. Getuigen bij het huwelijk waren Maurits De Muer - 26 jaar, bakker te Brussel - en Augusta Himschoot, vriendin van Alina en achternicht van Edmond (zie: IX h Maria Theresia)... Wij vermoeden dat Edmond eerder van een verdoken studiebeurs genoot dan dat hij een echte roeping had : het kwam wel vaker voor dat kinderen van minder begoede ouders een 'roeping' simuleerden om aan een opleiding te komen, bovendien waren die ouders in het geval van Edmond ook nog eens tuinier bij in het Engels Klooster te Brugge... Hoe dan ook, in 1901 studeert hij af, en reeds op 1 oktober van datzelfde jaar wordt hij onderwijzer benoemd te Adegem. Tussen zijn benoeming als onderwijzer in 1901 en zijn huwelijk in 1908 geeft Edmond al een eerste serie postkaarten uit onder de naam "Uitg. Edm. De Baets". Het was geen zeldzaamheid dat de uitgever zelf op die postkaarten poseerde ! Een tweede serie postkaarten (in ieder geval uitgegeven voor 1914, en vermoedelijk zelfs voor het huwelijk in 1908) draagt de vermelding "Uitgeverij - Boekhandel De Baets". Nog latere series dragen de vermelding "Uitgeverij - Boekhandel De Baets-De Muer". (Bekijk hier de complete serie postkaarten "De Baets-DeMuer"). Behalve postkaarten gaf het echtpaar De Baets-De Muer ook een serie "Wandplaten voor het Onderwijs" uit: de originelen van deze platen berusten nu in de verzameling "Historische Onderwijscollectie Universiteit Gent" (Klein Raamhof), en in het Stedelijk Onderwijsmuseum in Ieper.
Deze in oorsprong Duitse wandplaten, waren door het echtpaar De Baets-De
Muer voorzien van nederlandstalige opschriften en van een etiket "Boekhandel De
Baets - De Muer, Adeghem". (De oude schrijfwijze van de woonplaats duidt erop
dat dit reeds vóór de eerste wereldoorlog plaats vond.)
Zij importeerden voornamelijk de platen uit de reeks 'Kulturgeschichtliche Bilder für den Schulunterricht' van Adolphe Lehmann, uitgegeven bij Wachmuth in Leipzig tussen 1906 en 1936. Overigens verkochten zij van de Lehmann-reeks enkel de eerste subreeks, 'Deutsche geschichte'. Het ging hierbij om 'Kulturgeschichte', dus niet om politieke of militaire geschiedenis, maar eerder om architectuur, ambachten, kledij, vervoer enz. In het Stedelijk Onderwijsmuseum van Ieper werd van 8 april 2005 tot en met 27 november 2005 een tijdelijke tentoonstelling georganiseerd over wandplaten met als titel "Wandplaten langs alle kanten". Naar aanleiding van deze tentoonstelling is tevens een publicatie verschenen. (Karl Catteeuw, Jan Dewilde en Annick Vandenbilcke: Wandplaten langs alle kanten. Onderzoek naar schoolwandplaten voor het Lager Onderwijs in België). De tentoonstelling focuste op de kleine uitgevers/verkopers van wandplaten, waaronder dus ook de familie De Baets - De Muer... Edmond was overigens niet alleen onderwijzer, drukker en boekhandelaar, maar is minstens twee keer ook opgetreden als uitgever van een educatief "Heilig Misspel" van de hand van Mgr. Karel Cruysberghs (1891-1976), de priester-moralist-theoloog die o.a. actief was als proost van de AKVS, van de Boerenbond en als vice-rector van de Leuvense universiteit.
De winkel/boekhandel was reeds vanaf het begin van de loopbaan van Edmond aktief, en dit op diverse locaties in Adegem: Dorpstraat 42 (het winkeltje van de Groottantes Rozeke en Lientje, waar Edmond zich op 1 oktober 1901 in liet schrijven), Kerkstraat (waar het jong getrouwde echtpaar een tijdlang woonde), en tenslotte Staatsbaan 105, waar Edmond in 1959 overleed. Naast schoolboeken op bestelling, postkaarten en wandplaten verkochten Edmond en Alina gedurende de hele eerste helft van de 20e eeuw ook allerlei schoolbenodigdheden en papierwaren... Medio de jaren 50 werd hun zaak overgenomen door Edmonds zoon Alfons, en nu baten diens zonen Bernard en Diederik ieder een eigen drukkerij uit op een boogscheut van de oorspronkelijke winkel op de Staatsbaan. Edmond De Baets was wel degelijk een bijzonder man : broeder, schoolmeester, hoofdonderwijzer, drukker en zelfs uitgever ! Hij was in ieder geval een zeer gerespecteerde maar tevens zeer autoritaire 'figuur' in het dorp. En dat kon ook moeilijk anders: een hele generatie Adegemnaars heeft bij hem op de schoolbanken gezeten. Zijn oudste zoon en zijn drie dochters stonden trouwens eveneens in het onderwijs... Samen met zijn dochter Maria organiseerde Edmond in de 50-er jaren ook nog verblijven in Engeland voor tienermeisjes uit het dorp, die een gans jaar naar het klooster van de zusters in Haywards Heath gestuurd werden. Edmond had immers een nicht in dat klooster (Zuster Laurentia), die ingetreden was in het Engels Klooster te Brugge terwijl Edmonds vader daar hovenier was... De meisjes werkten in de kostschool of op de boerderij van het klooster, verdienden 500 frank per maand plus kost en inwoning, leerden Engels en beleefden er -volgens een van de dames- een zeer leuke tijd!
Naar aanleiding van Edmonds overlijden verscheen het volgende artikel in het "Vrij Maldegem" van 9 augustus 1959 : ERESCHOOLHOOFD OVERLEDEN : Met grote verslagenheid vernamen alle inwoners de droeve mare "Meester De Baets is overleden". Als oud-schoolhoofd der Aangenomen Lagere Jongensschool van het Dorp, telde hij op de gemeente en ver daarbuiten, niets dan vrienden. Hij werd te Brugge geboren op 2 januari 1881, onderwijzer gediplomeerd aan de geagreerde normaalschool te Gent op 4 aug. 1900, om onderwijzer benoemd te worden aan hoger genoemde school, in 1902. Op 1 juli 1931 werd hij er schoolhoofd benoemd, functie die hij zou vervullen tot in 1939, wanneer hij op rust ging. Hij was medestichter en oud-voorzitter van de plaatselijke bond der Kroostrijke Gezinnen en van de plaatselijke mutualiteit "Broederhulp", erelid van de muziekmaatschappij "De Verenigde Vrienden" en lid van alle vaderlandse groeperingen en godvruchtige genootschappen op de parochie, alsook van het C.O.V. Kring Eeklo. Dhr. De Baets Edmond werd om zijn talrijke verdiensten vereremerkt met het burgerlijk ereteken 1e en 2e klas, de Herinneringsmedaille 1914-1918 en het ereteken van de Bond der K.G. Onder grote belangstelling en deelneming werd ereschoolhoofd Edmond De Baets plechtig teraardebesteld. De kerk liep proppensvol en naast de rouwende familie bemerkten we tal van onderwijzers en onderwijzeressen van het C.O.V. Eeklo alsmede Z.E.H. Kan. De Kesel, de heren Schelfhout, Hamerlink en De Graeve, diocezane inspekteurs ; E.H. Weemaas, bestuurder van de Bisschoppelijke Normaalschool te St. Niklaas en de E.H. Boxtaele aan het hoofd van het lerarenkorps van het St. Vincentiuscollege te Eeklo en de school der E. Broeders Hieronymieten te Maldegem, E.H. Cornand, bestuurder van de kliniek Toevlucht tot Maria te Gent met dhr. Vervaeke aan het hoofd van een afvaardiging der douane Meetjesland-Kustgebied, alsook talrijke pastoors en burgemeesters van de randgemeenten. Het plaatselijk zangkoor verzorgde de liturgische gezangen, onder leiding van dhr. Richard De Keyzer, aan het orgel begeleid door dhr. Raymond De Ridder, koster te Maldegem-Kleit. Aan het open graf werd een lijkrede uitgesproken door dhr. Germain Boes, schoolhoofd van de Aangenomen Jongensschool, Dorp en door dhr. Firmin Van de Poele, schoolhoofd te Watervliet, namens C.O.V. Kring Eeklo. Een afvaardiging schoolkinderen van jongens- en meisjesscholen omringde de katafalk en legde kransen neer.
Uit het huwelijk van Edmond De Baets en Alina De Muer zijn 8 kinderen geboren, alle te Adegem: XII - 1909 - 1921
|
|
BRONNEN
Hartelijke dank voor hun bijdragen en medewerking
aan: Gemeentearchief Maldegem: 1866 boek V folio 866:
1881 boek V folio 955: 1881 boek V folio 993: Gemeentearchief Adegem:
Boek 2 folio 65 Dorp huis nummer 42:
Boek 3 folio 135 Adegem Callestraat huis nummer 15: Stadsarchief Eeklo: 1856 boek 9 folio 40: Jaarboek Heemkundige Kring van het Ambacht
Maldegem 1998: nr 266 Buysse Francies kleermaker wonende op de Hoeke komt van Ursel, oud
60 jaar. nr 404 Cornelis Andries kuiper wonende in de Kallestraat, oud 54 jaar, geboren te Adegem (ca. 1740) |