Tante Aline is 105 !   

Tante Aline is 105 !

Hoewel de leeftijd van de mensen opgetrokken wordt en 90-jarigen in rusthuizen vaker voorkomen, is een +100-jarige wel iets unieks en dan nog een flinke dame. Vandaar een bezoekje aan Aline Vandewalle of Alineke van Meester Amaat, zoals Ruiselede haar beter kent.

Lees ook de artikels in "Het Nieuwsblad" van maandag 8 december 2014 en in Het Laatste Nieuws van 11 juli 2017

  

Het is gezellig in haar stijlvolle kamer. Ze ziet slecht, hoort veel minder, stapt moeilijker maar drinkt met smaak een glaasje rode wijn en is kontent. 'Nergens beter dan hier,' zegt ze over het personeel van het Rustoord St-Jozef, 'En lekker eten, vriendelijke verpleegsters, je kan niet beter zijn ... En ik heb veel bezoek van de kinderen.'

Jeugd
Aline is een geboren en getogen Ruiseleedse. Ze werd op 6 december 1911 geboren en haar ouderlijk huis stond in de Bruggestraat, waar enkele jaren terug optiek Arthur Van Renterghem was, tegenover de Oude Zwaan. Haar ouders hadden een groot- en kleinhandel in rookgerief, tabak en sigaren en snuif. Zij was een enig kind. Ze ging naar de bewaarschool (kleuterklassen) in de Bruggestraat waar nu Dr Debackere woont en de lagere school was waar de UM-kaartenwinkel is. Toen WO I uitbrak werd de school ingepalmd als lazaret voor de Duitsers en ging men niet meer naar de lagere school tot na de oorlog. Ook de 50 Engelse pensionaires van het Pensionaat die een derde van de pensionaires vertegenwoordigden, vertrokken onder begeleiding van de Engelse zusters weer naar Engeland. Aline herinnert zich nog dat één bleef, Evelyn Guinness.

Na de oorlog trok Aline naar het pensionaat van Ruiselede maar zij was een halve pensionaire en kwam 's avonds naar huis. Het pensionaat telde toen een kleine 150 leerlingen. Ze moesten -zoals toen gebruikelijk was- Frans spreken en wie daartegen zondigde kreeg de 'signe' een blokje dat je stiekem doorgaf aan de zondaar die in eigen taal verviel. Na het pensionaat ging ze nog één jaar naar Antwerpen naar school waar ze intern was. Vele meisjes die verder studeerden, vatten de studie van verpleegster of onderwijzeres aan, typisch vrouwelijke beroepen toen.

Trouwen
Na het leren kon ze helpen thuis in de handel en in de winkel. Meid Lisa, een weeskind dat bij hen opgegroeid was, hielp en werd kind des huizes. Ze ging ook in de week om 7.30u naar de mis en daar kwam met leerlingen ook een jonge, aantrekkelijke onderwijzer. Ze leerden mekaar aan het wijwatervat kennen dus!

Amaat De Baets uit Adegem had zijn opleiding in Brussel gekregen en was benoemd in de school van Den Tap bij de Broeders van de Kristelijke Scholen, de Frères. Ze trouwden in 1935, Aline was 24 jaar. Ze 'trouwden in' bij Alines mama die inmiddels al een hele tijd weduwe was. Haar vader was gestorven in 1918. Toen de Frères weggingen van Ruiselede, bleef meester Amaat lesgeven in de jongensschool van oppermeester Deckers. Het gezin werd gezegend met 5 kinderen: Luc (+) Lieve, Lutgart, Paul en Liesbet.

Na WO II zocht men voor de gemeentelijke jongensschool een vaste onderwijzer. In elke gemeente was er een vrije en gemeentelijke school. Voorwaarde was dat men in het schoolhuis in de Bruggestraat ter hoogte van de Knokstraat ging wonen. Meester Amaat kreeg de goedkeuring van zijn echtgenote, kandideerde en kreeg de job en ze verhuisden met 4 kinderen daarheen. Ook Alines mama verhuisde mee. Ze had haar handel al langer overgelaten omdat ze wel voelde dat haar schoonzoon in het onderwijs wou blijven. De jongste dochter Liesbet werd geboren na de verhuis. De oudste was toen 13 jaar. Aline heeft er graag gewoond.

Wel en wee
Zoals ieder gezin kenden ook zij ups en downs. Alines moeder zei: 'Ieder huisje heeft zijn kruisje maar 't een is van stroot en 't ander van lood.' Periode van zware zorg was toen Lutgart 4 maand oud erg ziek werd en anderhalve maand gehospitaliseerd werd. Lutgart verloor ook haar man die verongelukte toen zij 29 jaar was. Ze bleef achter met een kindje van 2 maand. Een kleinkind van Aline stierf aan kanker op 3-jarige leeftijd. Als moeder een zoon (Luc) begraven is ook een groot verdriet.

De twee oorlogen kwamen ze behoorlijk goed door, vindt Aline. Er was een grote solidariteit onder de mensen. Er was schaarste maar geen honger. Men hield een varken en buurman en schilder Miel Holderick bouwde in een proper kot achter het huis zelfs een oventje zodat men 3 keer per week zelf brood kon bakken. Meester Amaat maakte het deeg voor zijn gezin en kon dan daar gaan bakken. Meester Amaat zag zijn gemeenteschool tanen toen het staatsonderwijs succes kende en de gemeentes van hun scholen geen prioriteit meer maakten. Zelf was hij geëngageerd in het dorpsleven, als brandweerkommandant, toneelspeler, zanger, verteller... Dorpsfiguur.

De goeie ouwe tijd en de toekomst
Wie 100 wordt, heeft een eeuw geleefd en veel veranderingen zien gebeuren. Was het beter vroeger? Er was meer samenhorigheid maar er was ook meer armoe en minder kansen voor vele mensen. Toch was men gelukkig. 's Avonds zat de buurt op straat bijeen, er werd verteld, gezongen, gelachen. Ze herinnert zich een buurjongen die met de mondharmonica die avonden opvrolijkte.

Reizen werd niet gedaan. Op vrijdag mocht ze elke maand met haar ma 'voor de commerce' mee naar Gent met de tonneau van Oscar Verkinderen, een kleine koets getrokken door paarden. Fonske Goethals (vader van Rogina) ging ook mee voor de commerce. Vooraf spelde moeder haar de les dat ze wel mee mocht maar niet mocht zagen om iets te krijgen. De kermissen waren feestdagen, met de woendagse paardenkoers. De nonkels kwamen eerst eten voor ze naar de paardenkoers trokken. En als er feest was in 'de beste plekke' thuis, waar men enkel toen kwam, was er groot diner met soep, koude schotel, rosbief in groentekrans, kip met appelmoes en taart. Het was de tijd van de grote gezinnen: 'Kijk maar in ons gebuurte: Billiëts met 11, Viaenes met 7 en Sloovers met 9!

Ze beleefde de tijd van een pastoor met 3 onderpastoors en missen om 6u, 7u en 7.30u. De kerk stond centraal in het leven der mensen. Er was een groot zondebesef en veel schroom. 'Nu weten kinderen van 5, 6 jaar meer dan wij toen we trouwden..'lacht ze vrolijk. Haar grootste wens is op 6 december haar 100e verjaardag te kunnen vieren met kinderen, kleinkinderen, achterkleinkinderen. 'En dan mag ik gaan, liefst zonder veel pijn..'

Ze is een kranige, optimistische dame die we het allerbeste toewensen. Ik zeg tot ziens en trek welgemoed naar huis. Wie zou niet zo ouder willen worden! Je hebt het verleden niet achter de rug maar in de rug, zegt de Indische wijze en dat mocht ik vandaag ervaren.

Gerda M.  

[HOME PAGE]
Familie De Baets van Adegem