
Ter wijk Raveschoot, deels onder de Keure van Eekloo en deels
onder het Ambacht van Maldegem, lag een leen van 108 gemeten, waartoe een rent,
"Hondebrood", behoorde (een belasting van zeer ouden oorsprong) en waarvan
de bezitter, onder andere, gansch Vlaanderen door ter jacht mocht trekken. In
de geschiedenis van de gemeente Maldegem kan men zien dat er een heerlijkheid
van het Hondsche bestond, welke zich uitstrekte in de gemeenten Maldegem,
Adegem, Sint-Laureins en omstreeks Aardenburg, waartoe een baljuw met acht schepenen,
en hoog, laag en middelbaar gerecht behoorde. Het denombrement bepaalt, dat twee
der schepenen onder de inwoners van Adegem moesten gekozen worden.
Verders had men hier nog onder de leengoederen : het Walland,
Dappers broeckelkin, Moerwege, Onderdijke, enz. die alle,
benevens de voorgaande, van den Burcht van Brugge afhingen.
|